Corsohistorie

Meer dan alleen het corso (1972-1985)
Het corso zelf blijft in de periode 1972-1982 min of meer stabiel. Wel worden de vormen sierlijker, stijgt de aandacht voor de achterkant van de wagens en komt begin jaren tachtig een ontwikkeling op gang naar dynamische en ruimtelijke wagens. Het aantal benodigde dahlia's stijgt jaarlijks, zodat er rond 1980 gemiddeld zo'n 100.000 bloemen op een wagen prijken.

Rond de bloemenstoet ontstaat echter een belangrijke verandering. Lang, heel lang is het corso het enige evenement op de tweede zondag van september geweest.
Het duurt tot 1974 voordat het corsobestuur het initiatief neemt om nevenactiviteiten te organiseren. Het bestuur heeft er dan ook reden toe, want het corso van 1972 is door het slechte weer financieel desastreus verlopen. Deze extra activiteiten kunnen bezoekers niet alleen langer in Valkenswaard houden, maar ook raken wellicht nieuwe groepen bezoekers geïnteresseerd. Er is een muziekshow op de Markt, winkels zijn tot 's avonds open en er is een vuurwerk bij het Oude Kerkhof. In de jaren daarna breiden de activiteiten zich uit met een dahliatentoonstelling, een sierkunstexpositie en later een IVN-natuurwandeling. Deze mix blijft jarenlang in stand.

In 1978 en 1982 haken de Valkenswaardse winkeliers in met een braderie. Terugkijkend is dit een opmaat geweest voor de groots opgezette braderie die onder de naam de 'Schuifel' tussen 1985 en 1988 veel publiek trekt. Het corso en de Schuifel vullen elkaar aardig aan, maar door de parcourswijziging in 1989 komt er een einde aan de Schuifel. Maar duidelijk is dat nevenactiviteiten niet meer kunnen ontbreken. Er ontstaat een nieuwe kans voor het corsobestuur. De speciaal daarvoor opgerichte commissie ARC (Activiteiten Rond het Corso) zorgt onder het motto 'Poppen aan het dansen' voor een nevenprogramma. Het nevenprogramma moet niet alleen in het verlengde van het corso liggen en een culturele invulling kennen, maar bovenal moet het van het corso een 'dagje Valkenswaard' maken.
Er is een poppenmarkt, kinderplein, jeugdige corsobezoekers krijgen ballonnen en leden van de gezamenlijke toneelverenigingen zijn als poppen op het parcours te vinden.
Het Gele Rijersplein is gereserveerd voor muziek en dans en tot slot is er een poppenkast bij het gemeentehuis. De jaarlijkse thema's van de nevenactiviteiten wisselen, maar de ingrediënten blijven.
Eind jaren negentig komt de nadruk steeds meer te liggen op het vermaken van de jeugdigen, zeker nadat vanaf 1999 kinderen gratis toegang krijgen tot het corso. De 'Kindertruuk' wordt een begrip bij deze jeugdige doelgroep. Zeker in jaren met goed weer zorgen de nevenactiviteiten voor een gezellige sfeer rondom het corso.

Een promotieteam, een nieuw parcours en een monument (1986-1989)
Van oudsher maakt het bloemencorso reclame. Daarbij is de schrijvende pers het belangrijkste medium. Advertenties verschijnen ook in Belgische kranten vanwege de populariteit van corso's in die contreien. In de jaren zeventig volgen reclame-uitingen via suikerzakjes, bierviltjes en autostickers. De gemeente Valkenswaard gebruikt een deel van het jaar zelfs een poststempel met bloemencorso-opdruk. In de jaren tachtig krijgt de corsopromotie een meer professioneel karakter. Dit moet ook wel want door het slechte weer jaar op jaar, zijn de toeschouwersaantallen in de eerste helft van de jaren tachtig dramatisch gedaald. De commissie Promotie Bloemencorso, die deze negatieve spiraal moet ombuigen, komt in 1986 met een heus promotieteam op de proppen. De inzet van een promotieteam is overigens maar een van de vele activiteiten in die periode op promotioneel vlak.
De activiteiten hebben succes want na de 'natte' jaren (van 1983 tot en met 1987) gaan de bezoekersaantallen, ook door het betere weer, opnieuw richting de 40-50.000 mensen.
Ook heeft de Promotiecommissie aandacht voor de communicatie binnen de corsogemeenschap zelf. Zo verschijnt vanaf 1990 de Corsocourant, eerst op papier maar rond de eeuwwisseling ook in digitale vorm.

Een belangrijke episode van het corso speelt zich af in 1989, namelijk de overgang naar een nieuw parcours. Het corso kent de eerste jaren een steeds wisselend parcours. In 1960 trekt het voor het eerst in de omgeving van het Wilhelminapark, een parcours dat vervolgens bijna dertig jaar het decor van het corso vormt: Reisvennestraat, Maastrichterweg, Peperstraat.
Het bloemencorso komt later door de steeds grotere omvang van de wagens in de nauwe straten van het parcours letterlijk steeds meer klem te zitten. Vanaf 1989 trekt de corsostoet, na goedkeuring in een gedenkwaardige raadsvergadering, voortaan vanaf het Kloosterplein via de Maastrichterweg en de Eindhovenseweg naar de Valkenierstraat en vervolgens via de Frans van Beststraat, Leenderweg en Bakker- en Peperstraat weer naar de Markt.

Zwaar werk wordt gedaan door tientallen onzichtbare duwers onder de wagens. Zij duwen de vele duizenden kilo's ijzer, papier en dahlia's met de kracht van armen en benen over de Valkenswaardse straten.
In 1989 krijgt het corso een welverdiend monument in de vorm van een, hoe kan het ook anders, dahlia. 1989 is ook het jaar dat een 'monument' terugtreedt. Ad Lemmens, hét gezicht van het Valkenswaardse bloemencorso, neemt afscheid als voorzitter van het stichtingsbestuur.

Vernieuwing en vooruitgang (1990-1993)
Vanwege het 40ste officiële corso in 1993 zetten ontwerpers en bouwers er dat jaar ook extra de schouders onder. Vandaar dat de magische grens van drie miljoen verwerkte dahlia's in 1993 voor het eerst wordt overschreden, tien jaar na het passeren van de twee-miljoen-grens. Verschillende wagens zijn getooid met meer dan 240.000 dahlia's..

In 1986 zijn de wagens gemiddeld al twaalf meter lang en vergen elk tussen de 100 en 150.000 dahlia's. De almaar uitdijende wagens stellen de bouwers niet alleen voor steeds grotere technische uitdagingen, maar leveren ook risico's op. Risico's qua stabiliteit, draagkracht en bestuurbaarheid.
Een gewicht per wagen van enkele tonnen is in deze periode geen uitzondering. Er komen dan ook geregeld mankementen aan de wagens. Vandaar dat midden jaren tachtig de Technische Commissie ontstaat. Geleidelijk worden de verouderde onderstellen vervangen door moderne DAF-onderstellen die dertig ton 'aankunnen'.
De gebruikte materialen wijzigen in de loop der jaren. In het begin zijn hout, stro en zachtboard favoriet. Maar al snel gaan de bouwers over op gaas dat speelsere vormen mogelijk maakt. Later komt betonijzer sterk op als basis-materiaal. Het daarop aangebrachte gaas blijft, beplakt met vele lagen kranten of karton, door de jaren heen een favoriete ondergrond. Ook andere materialen als piepschuim en papier-maché worden in voorkomende gevallen gebruikt.
Met behulp van vele honderden kilo's naalden brengen de prikkers vervolgens de dahlia's daarop aan. Het opprikken van de dahlia's is de 'finishing touch' van de wagenbouw.
De bouwtijd die in het begin een kwestie is van dagen of een enkele week, loopt gelijk op met de toegenomen omvang van de wagens. In het midden van de jaren zeventig duurt het bouwen twee maanden, maar later verschijnen al voor de zomervakantie de de bekende blauwe en groene bouwtenten in het Valkenswaardse straatbeeld.De praalwagens zijn in de eerste fase van het corso qua opbouw eenvormig, statisch en nagenoeg symmetrisch.
Op basis van een jury-aanbeveling zet begin jaren zestig een ontwikkeling in naar een meer dynamische opbouw.
De wagens krijgen daardoor ook een minder logge en massieve aanblik. De bouwers slagen er in die jaren steeds beter in te variëren in vormen.
Eind jaren zeventig zet een brede trend in van bewegende delen op de wagen. Later gaat in bijna alle wagens 'de guts in de vlakke wanden', hetgeen een prachtig ruimtelijk effect oplevert.
De steeds voortgaande technische vernieuwing resulteert in grote indrukwekkende praalwagens. Maar de grenzen komen in zicht en het besef ontstaat dat vernieuwing op een ander vlak verder inhoud moet worden gegeven.

In het begin van de jaren '90 ontstaat een sponsorplan dat uiteindelijk leidt tot de instelling van een groep 'Ambassadeurs van het corso', onder voorzitterschap van de Valkenswaardse burgemeester. Hierdoor krijgt het corso een bredere basis voor de vaste inkomsten.
Een andere verandering die in deze periode onder voorzitter Michiel Mostermans tot stand komt, is de instelling van redelijk zelfstandige commissies die elk een deel van het vele corsowerk op de schouders nemen. Zij nemen het corsobestuur veel werk uit handen en zo ontstaat een 'bottom-up' organisatiestructuur en meer betrokkenheid. Maar ook een stijgende behoefte aan coördinatie, een blijvend punt van aandacht voor de organisatie in de jaren negentig.

Uit: 'Een halve eeuw trekt voorbij…', 50 jaar Bloemencorso Valkenswaard, door Henk van Mierlo en
Joop van Appeldorn, 2003

> Lees verder: Naar een thematisch corso en terugkeer figuratie (1994-2000)